De bedreigde pracht van Noord-Kameroen

Het boek ‘Savannah landscapes for the future, celebrating 20 years of environmental research and education in Northern Cameroon’, met veel foto’s van Afrikaanse fauna, flora en mensen, markeert het einde van de samenwerking tussen de Universiteit Leiden en de Université de Dschang in Kameroen. De twintig jaar durende samenwerking heeft beide partners veel opgeleverd.

Veldstation in Maroua

Fulani-vrouw uit Noord-Kameroen

Fulani-vrouw uit Noord-Kameroen

Het hart van de samenwerking tussen de beide universiteiten was het veldstation in Maroua, het Centre for Environment and Development Studies in Cameroon (CEDC), waar Kameroenese en Leidse wetenschappers van het Programma Milieu & Ontwikkeling (PM&O) van het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML) samenwerkten in talloze projecten. Negen Kameroenese en zeven Nederlandse promovendi brachten hun dissertatie tot een goed einde, vijf zijn nog onderweg. Ook studenten maakten dankbaar gebruik van het CEDC: 160 Nederlandse studenten en 110 Kameroenese deden er, bij voorkeur in internationale koppels, veldonderzoek. Ook leverde de samenwerking 265 publicaties op voor de Leidse partner. In het najaar van 2010 bestonden het CEDC 20 jaar, een wapenfeit dat het vierde met een conferentie en het boek.


Enorme diversiteit

Het Afrikaanse avontuur begon in de late jaren tachtig, toen het interdisciplinaire PM&O het plan opvatte om twee veldstations op te richten, een in Zuidoost-Azië en een in de sub-Sahara. Het Aziatische veldstation, gericht op de problematiek van de ontbossing, kwam op de Filippijnen, in samenwerking met de Isabela State University, het Afrikaanse, gericht op het probleem van de verwoestijning, in het noorden van Kameroen. De bedoeling was een bijdrage te leveren aan de milieuwetenschappen als interdisciplinair veld van onderzoek en onderwijs, en om methoden te ontwerpen en te implementeren om de buitengewoon rijke natuur in het gebied veilig te stellen: in het noorden ligt de Waza-Logone-delta waar de diversiteit van fauna en flora enorm is. Een deel van het gebied is uitgeroepen tot nationaal park.

Onzekere toekomst

In de regio wonen ruim honderdduizend mensen, voornamelijk herders, vissers en boeren. Er is sprake van een droog en een nat seizoen, met grote wisselingen in de lengte van het droge seizoen. Het landschapstype is dat van de savanne. Verzekerd van voortbestaan is de Afrikaanse pracht van het gebied allerminst, zo is aan de onderzoeksprojecten af te lezen.

De grote carnivoren, waaronder de leeuwen, hebben een groot leefgebied nodig en dat botst met de belangen van de mens. Door de leeuwen van een zendertje te voorzien en met gms hun bewegingspatroon te volgen kon in kaart worden gebracht wanneer ze zich waar ophielden.

De grote carnivoren, waaronder de leeuwen, hebben een groot leefgebied nodig en dat botst met de belangen van de mens. Door de leeuwen van een zendertje te voorzien en met gms hun bewegingspatroon te volgen kon in kaart worden gebracht wanneer ze zich waar ophielden.

Gevarieerde onderzoeksprojecten

Een greep uit de onderzoeksprojecten die het CEDC aanvatte:

  • exploreren van de mogelijkheden van terugdringing van de (commerciële) houtkap die de verwoestijning versnelt, bijvoorbeeld door de zeggenschap over het gebied op lokaal niveau te leggen en de lokale bevolking tot ander landgebruik te bewegen;
  • transitieonderzoek naar de randvoorwaarden die vervuld moeten worden om mensen uit eigen beweging tot ander landgebruik te doen overgaan; 

  • (helpen) oplossen van conflicten tussen herders, boeren en vissers over het gebruik van schaarse natuurlijk hulpbronnen, in dit geval water, onder meer door het ontwerpen van systemen van (rechtvaardig verdeelde) zeggenschap; 

  • vergelijkend onderzoek naar traditionele technieken bij het houden van kuddes door nomadische volken en modernere technieken (minder rondtrekken, oppompen van water, combinatie met landbouw);

  • onderzoek naar het platbranden van gras en andere vegetatie in het droge seizoen, mede om succesvolle hergroei te bevorderen, gepaard gaand met experimenten om te bepalen hoe en wanneer dit het beste kan gebeuren;

  • onderzoek naar de mogelijkheid van revitalisatie van uitgeputte gronden; 

  • in kaart brengen van de gevaren die het Nationaal Park Waza-Logone bedreigen, zoals teruglopende toeristenaantallen in tijden van economische crisis, stropers die het gemunt hebben op olifanten en leeuwen, en een terugloop in de vogelstand door overexploitatie van het park; 

  • ontwerp van methoden ter bescherming van leeuwen; hun bewegingspatroon werd doorgrond met gsm, nadat een aantal leeuwen van een zendertje was voorzien; 
    ontwerp van methoden ter bescherming van grote carnivoren die, inclusief de leeuw, een groot leefgebied nodig hebben; 

  • onderzoek naar het conflict tussen olifant en mens: olifanten, eveneens voorzien van een zendertje, bleken op zoek naar voedsel het nationaal park te verlaten om zich te goed te doen aan de cultuurgewassen van de boeren.

De projecten worden uitvoerig beschreven en gedocumenteerd in het kloeke koffietafelboek, en geïllustreerd met prachtige door de onderzoekers zelf gemaakte kleurenfoto’s.

Een vervaarlijke gier zet de landing in.

Een vervaarlijke gier zet de landing in.

Erfenis

‘Het is jammer dat aan al het goede een eind komt’, schrijft de Nederlandse ambassadeur in Kameroen, Saskia Bakker in Kameroen in haar bijdrage aan het boek. In 2008 besloot het College van Bestuur het Programma Milieu & Ontwikkeling op te heffen, met inbegrip van de beide veldstations, en het overgebleven deel onder te brengen bij de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Bakker prijst de vele samenwerkingsverbanden die het CEDC met andere organisaties aanging en waarmee het zijn kennis gul deelde. Hierdoor blijft de erfenis als het ware in de familie: andere organisaties kunnen profijt blijven trekken van en voortborduren op het vele onderzoek dat is gedaan. De betrokken onderzoekers die hun baan hebben behouden, bekijken nu of nieuwe vormen van samenwerking met Noord-Kameroen mogelijk zijn.

Savannah Landscapes for the future
Celebrating 20 years of Environmental Research and
Education in Northern Cameroon
Redactie: Hans H. Iongh, Gerard A. Persoon, Ralph Buij,
JP Mvondo Awondo, Barbara Cr4os and Pricelia Tumenta Fobuzie.
211 pagina’s
ISBN 9789951911695
(Distributiekanalen en prijs worden nog bepaald
Wie geïnteresseerd is in het boek kan een mail
sturen naar prof.dr. Gerard Persoon)

Last Modified: 12-01-2011